Khao Yai National Park
Algemene informatie
Khao
Yai is het oudste nationale park van Thailand, gevestigd in 1962. In
1982 werd het verkozen tot Aziatisch Erfgoed, dank zij de variëteit
in flora en fauna. Inmiddels behoort
Khao
Yai zelfs tot het
Werelderfgoed van Unesco. Dit is het op
twee na grootste nationale park van Thailand, met een oppervlak van 2,165.55
vierkante kilometer. De hoogste top, Khao Rom, steekt 1,351 meter boven
zeeniveau. Het hoofdkwartier van het park ligt ruwweg 200 km ten noordoosten
van Bangkok. Het park strekt zich uit over 4 provincies: Saraburi, Nakhon
Nayok, Nakhon Ratchasima and Prachinburi. Khao Yai telt veel attracties,
zoals watervallen, een grote diversiteit aan planten (ongeveer 2000 soorten),
rijk wildleven en een interessante culturele geschiedenis. Dit maakt duidelijk
waarom Khao Yai het meest populaire nationale park is van Thailand. Khao
Yai National Park is een van de 6 gelijksoortige gebieden onder het management
van National Parks, Wildlife and plant Conservation Department.
Cultureel
belang: in Khao Yai vinden we sporen van recente bewoning die ruim
100 jaar terug gaan. In 1902 verhuisden 30 families van de provincie Nakhon
Nayok naar de heuvels van Khao Yai. Zij leefden van de rijstteelt, de
jacht en het verzamelen/verkopen van producten uit de jungle. Als gevolg
van de moeilijke toegankelijkheid werd het dorp in het begin van de jaren
'50 een uitwijkplaats voor bandieten en (politieke) criminelen. Eind 1961
hief de regering het dorp op en dwong de bewoners terug te keren naar
de laagvlakte. De resten van dorpjes en boerderijen zijn nu nog in de
buurt van het hoofdkwartier te vinden.
Topografie
Khao Yai National Park bestaat uit een reeks bergen zoals de Khao Rom
(1,351 meter), Khao Lam (1,326 meter), Khao Keaw (1,292 meter), Khao Sam
Yod (1,142 meter), Khao Far Pha (1,078 meter), Khao Kampang (875 meter),
Khao Samor Poon (805 meter) en Khao Kaew (802 meter) boven de zeespiegel.
Het gebied kent uitgestrekte grasvelden, afgewisseld met bossen. De hellingen
in het noorden en oosten dalen langzaam af, terwijl die in het westen
en zuiden steil oprijzen. Veel rivieren vinden hun oorsprong in dit gebied
zoals:
1) Prachin Buri River
2) Nakhon Nayok River in het zuidelijk deel, belangrijk voor de
lokale landbouw. Vloeit in Chachoengsao District samen met 1 om als Bangpakong
River in de Golf van Thailand te stromen.
3) Lam Ta Kong River
4) Praplerng River
5) Muag Lek Stream
Klimaat
Khao Yai kent
3 hoofdseizoenen, met een jaarlijkse gemiddelde temperatuur
van 23 graden Celsius.
Regenseizoen: van mei tot oktober. Het regent dan vrijwel elke dag
met schitterende watervallen tot gevolg. De gemiddelde dagtemperatuur bedraagt
27 graden Celsius. Na de regen komt doorgaans zonneschijn. Het is dan fantastisch
fotograferen.
Koude seizoen: dit loopt van november tot en met februari. Het is
de meest gewilde periode voor een bezoek, vanwege het heldere, koele en
zonnige weer. De temperatuur bedraagt dagelijks 22 graden, maar kan 's nachts
teruglopen naar 10 graden Celsius.
Warme seizoen: van maart tot april. Zelfs in die periode is het in
Khao Yai niet zo warm als elders in het land, met en dagtemperatuur in de
buurt van 30 graden. Door het gebrek aan regen kunnen watervallen in april
droogvallen.
Flora & Fauna

Tropisch,
vochtig en altijd groen regenwoud bedekt het hart van Khao Yai. De rijke
variëteit aan planten (ongeveer 2000 soorten) verbaast de nieuwe bezoeker.
Torenhoge bomen bedekt met mossen, klimplaten, druipende lianen, rotanpalmen,
kwetsbare varens en een steeds veranderend patroon van zwammen vormen een
indrukwekkend decor. Er valt altijd iets nieuws te ontdekken in het oerwoud.
- Droge en altijd groene bossen bedekken de lagere heuvels van Khao Yai.
Er zitten belangrijke soorten tussen, zoals Dipterocarps en Hopia. Ook
bamboe treffen we hier vaak aan.
- Droge bossen met bladverliezende bomen vinden we ook op de lager gelegen
heuvels. De belangrijkste soorten zijn Afzelia, Xylia en Lagerstroemia.
- Vochtige tropische en altijd groene bossen bedekken ongeveer 70 procent
van het park, inclusief het centrale gedeelte. Dipterocarps komen in grote
aantallen voor.
- Altijd groene heuvelbossen groeien boven 1000 m. Hier zijn de bomen
kleiner, afgewisseld met veel varens en mossen. Lithocarps en Catanopsis
zijn de belangrijkste soorten in deze bossen.
- Grasland vormt een unieke leefomgeving in Khao Yai. Enkele diersoorten
in het park kunnen hier het hele jaar grazen. Grasland vormt daarnaast
een welkome afwisseling van het oerwoud. Jaarlijks wordt dat in brand
gestoken om te voorkomen dat bomen zich hier kunnen wortelen. Daardoor
blijft dit een belangrijk voedergebied voor herten, olifanten en andere
graseters. Er komen ongeveer 70 zoogdieren voor en ministens 74 soorten
reptielen, hoewel die zich vaak schuil houden.
Wilde dieren

De
wouden van Khao Yai zitten vol met wilde dieren, van zeer klein naar erg
groot. Kijk links, rechts, naar beneden en naar boven. Luister zorgvuldig
naar alles wat beweegt.
Gibbons zorgen 's morgens voor een uitstekende
wekker! Stille en geduldige wandelaars kunnen een glimp van deze apen opvangen,
die in de bomen leven.
Makaken leven aan de rand van de weg en
olifanten
zijn soms te bekijken op plekken met zoutstenen (om aan te likken) of 's
avonds op de weg door het park. De gelukkigen vangen mogelijk een glimp
op van een
tijger in het grasland.
Civetkatten,
eekhoorns, egels en
wilde zwijnen zorgen voor de nodige afwisseling
in het park.
Slangen en hagedissen maken hun aanwezigheid doorgaans
kenbaar door geritsel op de grond als u wandelt. Behandel de slang als gevaarlijk
totdat u er zeker van bent dat dit niet het geval is. U ziet veel
gekko's
die insecten vangen op muren en plafonds.
Cicades houden nooit op
met hun krassend geluid.
Vogels vindt u in Khao Yai in overvloed; er zijn meer dan 320 soorten aangetroffen.
Geduld is noodzakelijk, naast een goede verrekijker en een vogelgids. De
kant van de weg, de oude golfbaan en de uitkijktorens vormen goede plekken
om te beginnen. U kijkt uw ogen uit.
Vleermuizen:
bijna een miljoen insectenetende vleermuizen leven in een grot aan de rand
van het park. Rij ongeveer 3 kilometer noordelijk van de ingang bij Pak
Chong en neem een smal pad aan de linkerkant, net na de tempel. Na een paar
honderd meter gaat u rechtsaf. Volg dit pad tot het eind. U kunt de heuvel
beklimmen tot aan de grot. Ga niet de grot in, want daardoor verstoord u
de rust van de vleermuizen. Laat de stroom eerst 3 minuten naar buiten komen
voordat u flitslicht gebruikt.