Rondreis door Isaan
(Joop en Coby van der Meer.)
Rondreis
door Isaan
Iedereen praat erover maar weinigen zijn er al geweest. We hebben het
dan over de Isaan streek in Thailand. Het is het armste deel van Thailand
en de streek waar alle bargirls vandaan komen. Tot zover reikt de kennis
van de meeste mensen. Maar Isaan heeft de toerist veel te bieden, want
de streek is het centrum van een eeuwenoude beschaving, die zelfs dateert
uit prehistorische tijden. Wij, Joop en Coby van der Meer, zijn daarom
blij dat we de beslissing genomen hebben om onze vakantie dit jaar daar
door te brengen. Met dit verslag hopen we een klein beetje van ons enthousiasme
op u te kunnen overdragen en wie weet komen we elkaar de volgende keer
tegen als we weer in Isaan
zijn.
Dag 1
We
beginnen onze reis vanuit Bangkok en rijden in één stuk
door naar Pimai in de provincie Nakorn Ratchasima. We willen daar
de beroemde ruïnes van de Khmer tempel bezoeken. In het centrum
van het stadje Pimai aangekomen kunnen we vlak voor de ingang van het
historisch park parkeren en zo naar binnen lopen. Meteen valt de stilte
op ons neer. Er zijn weinig bezoekers en we horen alleen de vogels fluiten.
De Khmer tempel lijkt inderdaad op de tempels die we in Ankor Wat gezien
hebben, maar is kleiner en kennelijk hebben de Thai minder geld ter beschikking
gehad voor de restauratie, want op sommige punten is de restauratie gewoon
slordig uitgevoerd. Dat neemt niet weg dat de tempel zeer de moeite van
het bezichtigen waard is. De omgeving is prachtig, sereen zou ik willen
zeggen, en het is een verademing om van Bangkok komend in de stilte van
de natuur bij de tempel rond te wandelen.
Dag 2
Na
het ontbijt gaan we op weg naar de Banyan Tree, zoals die aangegeven
staat op het plattegrondje dat we in het hotel hebben gekregen. De boom
staat in een park met de naam Sai Ngam. Het blijkt dat de Banyan
Tree niet één boom is, maar allemaal met elkaar verstrengelde
bomen over een oppervlakte van 3500 vierkante meter. Volgens de beknopte
beschrijving daar aanwezig, meer dan 350 jaar oud. Het is heel bijzonder
om daar rond te lopen, een prachtig stukje natuur wat ze in iedere reisgids
zouden moeten opnemen!
We rijden richting Korat, want we willen daar het pottenbakkersdorpje Dan Kwian bezoeken. De grond in deze streek is ijzerrijk, waardoor het aardewerk een roestbruine kleur heeft. Het dorpje telt talloze aardewerk winkeltjes die langs de kant van de weg te vinden zijn, voor het merendeel tuinversieringen, maar ook enkele sieraden. Het is de moeite van het bezichtigen waard en wanneer je iets zoekt voor je tuin, kun je dat daar voor een goede prijs kopen.
Op de terugweg naar ons hotel in Pimai bezoeken we in Korat de tempel Wat Sala Loi. Deze tempel is bijzonder, omdat daar de as van de Heldin Kunying Mo is begraven. Deze Thaise dame heeft (in het jaar 1826) op een listige wijze de Laotiaanse soldaten dronken weten te voeren, waardoor ze de stad Korat heeft gered uit handen van de Laotianen. Deze tempel is ook bijzonder omdat het een moderne Thaise tempel is en voornamelijk gebouwd van stenen uit de streek. Het is een heel eenvoudige tempel en daardoor totaal verschillend van de traditionele tempels in Thailand.
Dag 3
Vandaag
gaan we op weg naar Sisaket. We verbazen ons over de kleine vrachtautootjes
die hier rondrijden, volgeladen met producten van het land, zoals bieten.
De motor is onmiskenbaar afkomstig van een of ander landbouwvoertuig en
maakt veel lawaai, maar zo'n volgeladen kar is toch in staat om 50 km/u
te halen dus voor de boer/berijder waarschijnlijk zeer geschikt voor zijn
doel.
50 km voorbij de stad Surin vind je Prasat Hin Sikhoraphum, een overblijfsel van een Khmer tempel. Niet zo mooi als Pimai, maar toch wel leuk om even te bekijken. De bouw is heel anders dan de tempel in Pimai. Deze tempel is van rode baksteen gemaakt en alleen de versieringen zoals de lateien en deurposten zijn van natuursteen.
Sisaket, de hoofdstad van de gelijknamige provincie aan de grens met Cambodja, is een slaperig provinciestadje met een schitterende omgeving. Als we het stadje verkennen en op zoek gaan naar een gezellig terrasje waar we een biertje kunnen drinken, dan blijkt dat Sisaket nog erg onderontwikkeld is op toeristisch gebied. Een terrasje hebben we niet kunnen vinden. Bij het treinstation is het echter een drukte van jewelste, niet alleen van mensen die in en uit de trein stappen, maar er is een soort avondmarkt waar van alle soorten voedsel te koop is. Tussen de voedselstalletjes staan tafels en stoelen en je kunt er ook een biertje kopen. Daarom besluiten we om hier neer te strijken en te genieten van een biertje. We eten in het restaurant van het hotel, want ook restaurants zijn hier dun gezaaid.
Dag 4
In
Ubon Ratchathani brengen we een bezoek aan het nationaal museum. Het museum
bevat attributen uit de Khmer, Hindoeïstische en Laotiaanse cultuur.
Daarna bezoeken we de interessantste tempel van Ubon "Wat Thung
Si Muang", met 150 jaar oude muurschilderingen van de jataka's
(10 vorige levens van Boeddha). Deze Wat heeft ook een prachtige teakhouten
bibliotheek, met goudverf beschilderde panelen.
Onze bestemming vandaag is het resort Tohsang Khongjiam Resort & Spa gelegen op een romantische plek langs de Mekong Rivier. De unieke ligging en de prachtige plantentuin maken dat je je omgeven voelt door natuur en rust. Het is een uitstekende plaats om de stress van het normale leven af te schudden en te ontspannen. Onze kamer heeft een prachtig "river view", en 's avonds genieten we van een heerlijk diner in het restaurant met het geluid van de stromende rivier op de achtergrond.
Dag 5
Vandaag een rustdag die we besteden aan het lezen van een goed boek en
een frisse duik in het zwembad. Ook maken we een ommetje in de buurt van
het resort. Het blijkt dat het resort midden in een dorpje ligt. Huizen
op palen met honden, katten en varkens als huisdieren. Lokaler kan het
niet.
Dag 6
Over
een prachtige route via de provincie Amnat Charoen komen we in de provincie
Mukdahan, waar we in een klein dorpje in het Nong Song district een piepklein
resort "Thai
House Isaan" met maar drie kamers gereserveerd hebben. Dit
is Isaan, het authentieke noordoosten van Thailand, op zijn best. Ver
van de drukte van de grote stad leven de Thai hier hun ontspannen leven
in hun eigen tempo. De dag begint hier als de haan kraait. We worden hartelijk
verwelkomd door David, de Australische eigenaar, en hij nodigt ons meteen
uit om in de bar een biertje te komen drinken. De kamers zijn ondergebracht
in drie aparte huisjes. Ons huisje lijkt het huisje van Hans en Grietje!
Heel sfeervol en gezellig ingericht en de omgeving is werkelijk sprookjesachtig.
Noi, de Thaise vrouw van David, is een ware dierenliefhebster! Dit is
te merken aan de vijf honden die hier rondlopen, waarvan Ben, een vriendelijke
Golden Retriever, de baas is. David vertelt dat ze nog meer dieren hebben,
zoals varkens en kippen en ook nog een dier dat het midden houdt tussen
een kat en een aap. Later zullen we met al deze dieren kennis maken. Tijdens
het diner met een lekkere fles wijn erbij komen we veel over David en
zijn gezin te weten. Stilletjes vinden we het jammer dat we slechts één
nacht in dit resort met zijn bijzondere bewoners zullen blijven. We weten
nu al zeker dat we weer een keer terug zullen komen voor een langer verblijf.
Dag 7
Voordat
we uit Thai House Isaan vertrekken, laat David zijn farm zien.
In een pick-up truck rijden we het dorp uit en belanden in het bos. De
omgeving is heuvelachtig en daarom zijn er minder rijstvelden dan we onderweg
de dag tevoren hebben gezien. Maar elk vlak stukje is wel benut om rijst
te verbouwen. We leren dat bijna iedereen hier khao niao (plakrijst) verbouwt,
want dat is nou eenmaal het hoofdbestanddeel van de maaltijd in Isaan.
Als we over de modderige weg door het bos rijden, genieten we van de mooie
en zeer gevarieerde omgeving. Bij de familiefarm krijgen we uitleg over
de rijst, het oogsten en het dorsen. Na ruim een half uur gaan we terug
naar het resort en nemen we afscheid.
We stappen in onze eigen auto en gaan op weg naar Nakhon Phanom. Onderweg
komen we langs een mooie tempel waar we zo met de auto het tempelterrein
op kunnen rijden en vlak voor de Wat parkeren. Helaas stond er nergens
in westers schrift wat de naam van de tempel is, dus die kunnen we niet
onthullen.
In Nakhon Phanom is het feest. We lopen langs een grote markt waar we
uitgebreid rondkijken en bekeken worden, weer een bewijs dat hier niet
veel toeristen komen.
Dag 8
We
rijden eerst door het centrum van Nakhom Phanom en maken kennis met de
plaatselijke tuk-tuk (sam loh geheten; sam loh betekent letterlijk driewieler
en dat zijn het feitelijk ook). Ze lijken wel op de tuk-tuks in Bangkok
maar de bankjes voor de passagiers zijn langs de zijkant geplaatst, waardoor
het ook wel op een kleine pick-up truck lijkt. We rijden Nakom Phanom
uit over highway 212 die helemaal tot aan Nong Khai langs de Mekong rivier
loopt. Deze weg geeft een mooie indruk van het Thaise platteland in het
noordoosten. Het landschap is licht heuvelachtig met bomen en struiken
en daar tussendoor de groene rijstvelden. Langs de kant van de weg staan
de koeien en waterbuffels (soms tot aan hun buik in het water) loom te
grazen.
In Nong Khai wandelen we langs de Mekong rivier en flaneren daar wat over de boulevard. We zijn getuige van een (oefen)roeiwedstrijd als voorbereiding op de festiviteiten de volgende dag. Op de kade staan de Thai hun favoriete boot aan te moedigen. In een koffieshop dat ook een reisbureau blijkt te zijn, informeren we naar een mogelijkheid om een tripje naar Vientiane te maken. Na wat onderhandelen maken we gebruik van het aanbod om ons geheel verzorgd door een auto met chauffeur over de grens te begeleiden en in Vientiane rondgereden te worden.
's Avonds in het hotel, waar we op de negende verdieping op het "Bird Eye Terrace" nog even een afzakkertje nemen, is het toch wel duidelijk dat je niet in Bangkok bent, waar je duizenden lichtjes ziet branden op deze hoogte. We zien wel wat lichtjes, maar we kijken toch echt uit over een heel rustig en inmiddels slapend provinciestadje.
Dag 9
Volgens
de reisgids is Sala Keaw Ku de moeite van het bezoeken waard, dus
dat willen we dan wel eens zien. Het is een park met meer dan honderd
beeldhouwwerken, de meeste afbeeldingen van Boeddha, maar ook Boeddhistische
en Hindoeïstische taferelen. En allemaal het geesteswerk van slechts
één man, Luang Pu Boonleua Surirat. Van 1975 tot aan zijn
dood in 1996 heeft hij hier zijn levenswerk van gemaakt en het resultaat
is zeer indrukwekkend. Sommige beelden zijn bijna twintig meter hoog met
als kroon op het werk de zevenkoppige naga.
Terug in het centrum van Nong Khai gaan we op zoek naar Wat Sri Muang. De wihan is prachtig versierd en zeer fotogeniek. De deur zit echter op slot, dus we kunnen niet veel anders doen dan een paar foto's aan de buitenkant maken. Ondertussen is het op de kade langs de rivier nog steeds druk en zijn de bootraces in volle gang.
Het
is een druilerige, regenachtige dag die we uitgezocht hebben voor ons bezoek
aan Vientiane. Het voordeel is dat het niet zo heet is, en doordat er een
stevig windje vanaf de Mekong waait, voelt het aangenaam aan. Onze chauffeur/gids
voor vandaag is mooi op tijd. Spoedig rijden we over de Friendship Bridge
naar de grens met Laos. Het kost ongeveer twintig minuten om alle officiële
documenten te overleggen en een visum te bemachtigen, maar dan mogen we
toch de grens over naar Laos. Nu is het nog 22 km naar Vientiane.
Eenmaal aangekomen in Vientiane, stoppen we eerst bij Pha That Luang. Het is het belangrijkste nationale en Boeddhistische monument van Laos. Volgens de legende werd hier in de derde eeuw voor Christus een chedi gebouwd om het borstbeen van Boeddha in te kunnen onderbrengen. Van een afstand ziet het er imposant uit, maar als we dichterbij komen zien we dat het toch niet optimaal onderhouden wordt; het bouwsel kan een flinke schoonmaak beurt wel gebruiken.
We vangen ook een glimp op van Wat Hoi Sok, die opvalt door een mooi dak met vijf lagen. Na een bezoek aan de "morning market" die ondanks zijn naam gewoon tot 17.00 uur geopend is, vinden we het tijd voor de lunch. De chauffeur zet ons af op een pleintje waar verschillende restaurantjes te vinden zijn. Onze keuze valt op het Franse restaurant met de naam "Provencal". Hier genieten we naast de lunch van een echte Franse wijn. Dit, samen met het echte Franse sfeertje in het restaurant doet ons denken aan de vele vakanties de we in Frankrijk doorgebracht hebben en waar de wijn altijd rijkelijk vloeide! Heerlijk om weer eens echt goede wijn te proeven.
Vervolgens bezoeken we Wat Sisaket. Het is de oudste Wat in Vientiane. De 2052 Boeddhabeeldjes van terracotta, brons en hout, die in de kloostermuren staan, zijn heel bijzonder! Tegenover deze Wat staat Haw Phra Kaew. Hier stond vroeger de Smaragden Boeddha die de Thai in 1778 meenamen naar de Wat Phra Kaeo in Bangkok. Thailand schonk in 1994 een replica van het beeld aan Laos als teken van hernieuwde vriendschap.
Als laatste nemen we een kijkje bij de Victory Gate van Vientiane. Deze is in 1962 gebouwd, naar het model van de "Arc de Triomph" in Parijs. Hij is echter nooit afgebouwd door de turbulente tijden die Laos in die periode doormaakte. Het wordt nu als een ontmoetings- en ontspanningsplaats voor Laotianen gebruikt.
Op de terugreis naar Nong Khai besteden we aan de grens onze laatste kip (munteenheid in Laos) aan het kopen van twee flessen Franse wijn, die hier goedkoper zijn dan in Thailand.
Dag 11
De
route is eenvoudig vandaag: het hele eind langs de Mekong blijven rijden
tot we in Chiang Khan zijn, 200 km. Het is erg rustig en we komen
door talloze kleine dorpjes. We kunnen ook uitgebreid van het uitzicht
over de rivier genieten en mooie foto's maken om de sfeer vast te leggen.
In het rustige plaatsje Chiang Khan in de provincie Loei vinden we ons hotel, pal aan de rivier. Het is een echt Thais hotel, helemaal van teakhout. Na ons geïnstalleerd te hebben lopen we over het wandel/fietspad langs de rivier en komen op een markt uit. Natuurlijk, wat is Thailand zonder wats en markten. Maar deze markt is speciaal, daar komen we al gauw achter, het is namelijk kermis. En het kermisterrein is zelfs behoorlijk groot voor zo'n klein dorp! Waarschijnlijk is dit het enige vertier in het dorp, waar men een heel jaar op heeft moeten wachten. Het lijkt er dus op dat we precies in de goede tijd vakantie genomen hebben, want overal is het feest in Isaan.
Dan komen we terecht in de plechtige opening van de feestweek. Er hangt een groot spandoek langs de rivier met daarop de tekst "Magnificent Mekong river". Danseressen in traditionele kleding staan klaar en de gasten zijn ook allemaal netjes gekleed. Sommige mensen dragen iets dat aan Loi Kratong doet denken, gemaakt van bananen bladeren met kaarsjes erop. De ceremonie is nog niet begonnen en helaas zal die ook niet plaats vinden, want het begint eerst zachtjes en al snel steeds harder te regenen. Na tien minuten is het een tropische stortbui die bijna een uur aanhoudt. De feestelijkheden vallen dus letterlijk in het water. Wel zielig voor de gasten en de dansers en danseressen. Na afloop van de regenbui is de plaats van de ceremonie verlaten en is men bezig de versieringen op te ruimen.
Dag 12
Vandaag verlaten we de Mekong rivier en komen in de bergen terecht. We
passeren de stad Loei en vervolgen onze route richting het Phu
Pha Nam Resort in het district Dansai. We stoppen verschillende
keren om van het uitzicht, de stilte en de omgeving te genieten. Als we
bij het resort aankomen, is er echt sprake van een koninklijke ontvangst.
Bij het binnenrijden bij de portier, bij het uitstappen uit de auto staat
iemand klaar om ons de richting naar de receptie te wijzen, bij de receptie
worden we door twee mensen geholpen en er lopen tenslotte wel drie dames
mee naar de auto om onze bagage op te halen. Waar vindt je nog zulke service?
Het resort is geheel opgebouwd uit teakhout, heeft een prachtige zwembad en een restaurant en we constateren dat het erg rustig is in het resort. Het is echt een paradijs temidden van de schone natuur in Loei.
Dag 13
We vertrekken na het ontbijt richting nationaal park Phu Rua. Het park
ontleent zijn naam aan de hoogste piek (1365m) van het park, die de vorm
heeft van een Chinese jonk. Het is nog steeds bewolkt en fris, maar gelukkig
valt er geen regen. We rijden het park in en informeren bij het "Vistors
Center" welke route we het beste kunnen volgen. We gaan eerst naar
de Phu Rua Peak. Maar oh, oh, wat is het mistig! Hoe hoger we komen hoe
minder we kunnen zien door de dichte mist. Het laatste stuk (900m) is
niet met de auto te bereiken en moeten we dus lopen. Uiteindelijk aangekomen
op de top, zien we niets anders dan mist. Er staat echter een harde wind
en plotseling krijgen we toch een glimp van het mooie uitzicht te zien!
Het is maar voor een korte periode, want de harde wind blaast al snel
weer nieuwe wolken voor ons uitzicht. Toch is de wandeling op de top zo
de moeite waard! Heerlijk rustig in de prachtige natuur direct om ons
heen! Natuurlijk is er bovenop de top ook een reusachtig beeld van Boeddha
geplaatst. Als het tijd is voor de lunch, rijden we naar een restaurant
midden in het park waar we vriendelijk verwelkomd worden door twee Thaise
dames. Natuurlijk is hier geen menukaart in het Engels. Maar met de vriendelijke
hulp van deze dames kiezen we twee heerlijke gerechten uit met paddestoelen.
Een pittig gerecht met uien, groente en varkensvlees en een niet pittig
gerecht, met wortel en ketjapsaus. Heerlijk allemaal!!
De Phuai Phai waterval, een ander hoogtepunt in het park, kunnen we niet bereiken. De wandelroute er naar toe is halverwege doorsneden door een snelstromende rivier, veroorzaakt door de hevige regen van de laatste week. Jammer, maar we hebben toch een stuk van de route gelopen en dat hebben we ook erg mooi gevonden.
Op
de terugweg naar ons resort vragen ons af waar nou toch die wijngaarden
van de zo beroemde "Château de Loei" liggen. Tot dan hebben
we nog geen enkele wijnstok gezien. Maar ineens zien we een bord langs
de kant van de weg waarop aangegeven staat dat er een wijnproeverij is.
We volgen het bord en vinden de wijnproeverij gemakkelijk. In het proeflokaal
liggen heel wat soorten wijn, van goedkoop naar duur, maar er is slechts
één soort te proeven en die is echt lekker. We besluiten
om daar twee flessen van te kopen en nemen de gok en kopen ook nog een
fles rosé en een fles witte wijn. Natuurlijk willen we graag weten
waar de druiven groeien waarvan deze wijn is gemaakt. De dame in het proeflokaal
wijst ons de plaats, maar vertelt er meteen bij dat er nu geen druiven
zijn, die zijn er pas in januari en februari. Toch gaan we even een kijkje
nemen bij de wijngaarden en die zien er inderdaad een beetje zielig uit.
We hebben de wijn echter geproefd en die was lekker, dus we zijn ervan
overtuigd dat het allemaal nog wel goed zal komen met die wijngaarden.
Dag 14
De reis gaat in het begin door de bergen en het lijkt wel of we door Frankrijk
rijden. Er is bijna geen verkeer, dus we lopen ook niet het risico dat
we achter een vrachtwagen moeten blijven hangen. Het is daarom een relaxte
rit. Uiteindelijk komen we uit de bergen en vervolgen onze route via hoofdweg
12 die ons helemaal tot in Khon Kaen zal brengen. Het blijkt dat deze
weg over een afstand van 40 km door het nationaal park Nam Nao loopt en
we gaan zowel aan het begin als aan het eind door een check point.
In Khon Kaen aangekomen bellen we onze vriend en even later zitten we in een tuk-tuk die ons na een ritje van ongeveer tien minuten afzet bij zijn huis. Na de rondleiding door zijn huis krijgen we een rondleiding door Khon Kaen. We zien de compound waar ze tot voor een jaar hebben gewoond, en we gaan nog even op bezoek bij een andere Nederlander die net een maand geleden een nieuw huis betrokken heeft. Ook in Khon Kean is het feest en het valt niet mee om een parkeerplaats te vinden bij het restaurant dat onze vriend uitgekozen heeft. Maar als we eenmaal aan tafel zitten in het restaurant, met een grote tuin waar we nu eens geen last hebben van de muggen, blijkt dat het een goede keuze is: heel sfeervol en natuurlijk lekker eten.
Toen
we een week geleden met gemengde gevoelens wegreden bij Thai house Isaan
namen we ons voor om nog eens terug te gaan naar dit idyllische resort.
Vandaag maken we daarom een kleine verandering in onze geplande route en
gaan voor nog eens twee dagen terug naar Mukdahan.
Vanuit Khon Kaen is de route eerst nog bergachtig, later verandert dat in een vlak landschap en tenslotte wordt het weer heuvelachtig. Ook vandaag komen we onderweg in het plaatsje Kuchinarai in een typisch Isaan restaurantje terecht, waar men schrikt als er plotseling buitenlanders binnen komen. Een beetje schoorvoetend wordt de menukaart gebracht die helemaal in het Thais is. De serveerster moet er wel om lachen, want ze gaat er natuurlijk vanuit dat farangs geen Thais kunnen lezen. Verrukt is ze echter als ze merkt dat we toch wat van de kaart bestellen. Het restaurant is gespecialiseerd in eend dus we bestellen "larb pet" en laten ook meteen weten dat we van pittige gerechten houden.
Bij Thai House Isaan worden we weer net als de eerste keer vrolijk begroet door David en de vijf honden. Deze keer heeft David het huisje met de naam "chalet" voor ons gereserveerd en het ziet er echt fantastisch uit! Alles van hout en gezellig ingericht. We installeren onze spullen en gaan een kijkje nemen in de bar van het resort, waar we weer een gezellig praatje maken met David. Hij geeft ons wat tips voor de volgende dag. De rest van de dag brengen we al lezend en genietend van de stilte van het platteland door.
Dag 16
We
gaan op weg naar Ban Phu, het handicraft dorp dat David ons de vorige
dag heeft aanbevolen. We gebruiken onze GPS om het handicraft dorp te
vinden en dat is maar goed ook, want het dorp is zo Thais dat de naam
niet eens aangegeven is in Romeins schrift. Terwijl onze GPS vertelt dat
we in Ban Phu zijn, zien we de Thaise naam op het bord en gelukkig herkennen
we de Thaise letters, zodat we zeker weten waar we zijn. Het dorp presenteert
zichzelf niet echt, want behalve een bord met daarop de letters OTOP en
de rest in het Thais zou je niet weten dat je in een interessante plaats
aanbeland bent. We zijn het dorp dan ook weer uit voor we ons realiseren
dat dit de plaats is waar we naar op zoek zijn. Dus omgekeerd en stapvoets
terug door het dorp gereden. Als we bijna het dorp weer uit zijn, gaan
we maar een zijstraatje in, want we ontdekken echt niets interessants
aan de huizen waar we langs rijden. Dat blijkt een goede beslissing, want
in dit straatje zien we in bijna elk huis een weefgetouw staan. We rijden
net zo lang door tot we ergens de auto kunnen parkeren. We wandelen door
het dorp en al snel zien we een huis waar een oudere dame aan het weven
is. We lopen naar binnen en begroeten haar met een sawadee ka/krab en
krijgen een brede glimlach te zien ten teken dat we welkom zijn. Na even
gekeken te hebben naar haar werk en de techniek die ze gebruikt, gaan
we verder en vinden een ander huis waarin iemand aan het weefgetouw zit.
Als we verder lopen, horen we opeens tok-tok en op het geluid afgaand vinden we de plaatselijke kunstenaar die bezig is een prachtig driedimensionaal houtsnijwerk te maken. Hij is er al twee jaar mee bezig, het is nu bijna af en hij denkt in januari klaar te zijn. Het is een prachtig werkstuk met zeer veel details en schitterend afgewerkt. Volgens de kunstenaar is het werk niet te koop; hij wil het als het klaar is in zijn eigen galerij ten toon stellen. We zijn benieuwd.
In
de provincie Roi-Et gaan we op zoek naar de tempel 'Wat Chedi Chai
Mongkol'. We parkeren de auto op een parkeerplaats die omgeven is
door een markt - natuurlijk, dit is Thailand - en van daaruit lopen we
naar de tempel. We hoeven deze keer niet te onderhandelen over het tarief
van de toegang, want de entree is helemaal gratis. Als we het bos uitkomen
en bij de tempel arriveren, worden we getroffen door de immense omvang.
Zoals we inmiddels uitgezocht hadden, 101 meter lang bij 101 meter breed
bij 101 meter hoog (naar de naam van de provincie Roi Et, die 101 betekent).
Ongelofelijk, zo imposant. Maar tegelijkertijd zo onvoorstelbaar: de tempel
is (nog lang niet) af maar ondertussen ontbreekt kennelijk het beleid
voor onderhoud van de tempel. Sommige muren vertonen duidelijk scheuren
en de verf is op veel plaatsen doorgelopen en bladdert af. Veel ornamenten
zijn beschadigd en als je om je heen kijkt, krijg je het idee dat deze
tempel al meer dan honderd jaar oud is.
Dag 17
De route zal ons vandaag in Chaiyaphum brengen en dat zal meteen de laatste
etappe van onze rondreis zijn. Het is een rustige trip. Het landschap
wordt steeds vlakker en gedurende de hele reis zien we links en rechts
van ons de rijstvelden. Althans voor zover deze niet onder water staan.
Want nu pas wordt ons in volle omvang duidelijk wat de regen die gedurende
de eerste week van onze vakantie zo rijkelijk gevallen is, teweeg heeft
gebracht. We zien meren die niet terug te vinden zijn op de kaart en realiseren
ons dat zich hier een enorme ramp aan het voltrekken is. De rijst staat
op het punt om geoogst te moeten worden, maar daar kan voorlopig geen
sprake van zijn.
In Chaiyaphum logeren we in het Siam River Resort. Maar anders dan de naam suggereert, heeft het niets weg van een resort. De kamer ziet er uit als een bunker en als we wat rondopen, realiseren we ons dat alle kamers hier zo zijn. Het restaurant heeft een groot terras en ziet er wel gezellig uit, dus daar maken we meteen gebruik van.
We wandelen wat door het centrum van Chaiyaphum, maar er is eigenlijk verder niet zo veel te doen. En zo eindigt onze voorlaatste dag van de vakantie.
De volgende ochtend vertrekken we na het ontbijt richting Bangkok en komen daar na en verder voorspoedige reis in de middag aan.
Terugkijkend was het een fantastische reis. We hebben heel veel natuur en cultuur gezien, kennis gemaakt met de vriendelijk bevolking van Isaan en we weten zeker dat we dit nog een keer zullen over doen.
Bangkok 8 november 2009
Joop en Coby van der Meer.






