|
Green Wood Travel
Nieuwsbrief maart / april 2003
Thailand
en Kambodja :
De Familie Nagels is opstap
met Green Wood Travel !
Een
tweede reden waarom het moeilijk is iets over de landen in zuid-oost Azië te
schrijven is dat de cynische humor waarmee je een land als Australië kunt
bekijken hier volstrekt ongepast is. Als buitenstaander past hier slechts een
ingetogen kijk op de landen, zeker als je zelf uit een land komt waar men
ondanks draconische regelgeving en grote rijkdom niet meer in staat is de
maatschappij een vorm te geven waarin geluk, blijdschap en goede
omgangsvormen een eerlijke kans krijgen.
Waar in Nederland staan de Boeddhabeelden midden in de stad waar de
kleine offergaven van de mensen er de volgende ochtend nog staan? Waar het
beeld zelf er de volgende ochtend nog staat? Waar de mensen zulke offergaven
mogen brengen zonder besmuikt en uitgelachen te worden? Waar de kooplui 's
nachts hun spullen in een houten kist langs de weg laten staan en het er de volgende
dag nog staat? Waar je door de busconducteur(!) minstens twee keer
vriendelijk gegroet wordt, één keer bij het instappen en één keer bij het
uitstappen. De winkelier en de
restauranthouder je bedanken dat je bij hen wilde kopen. En waar je je
tas gerust even op het perron kunt laten staan om naar de vertrektijden te
kijken.
Het
plezier en de humor is er volop en
zou ook wel te beschrijven zijn, maar dan worden het geen verhalen
over instituties en volksaard, maar over alledaagse dingen zoals iets kopen
of ergens iets gaan eten of zomaar over toevallige ontmoetingen met de mensen
hier.
Je
zou eerst nog uit moeten leggen hoe men hier het leven beleeft. Het leven
overkomt je gewoon en dat brengt innerlijke vrede en rust.
Bij
een beschrijving van de gebeurtenissen en de landen komen nu de diverse
gezinsleden aan de beurt:
Het is alweer enige tijd geleden dat we een algemeen
verslag stuurden maar nu is het dan zover. Na enige dagen in Bangkok
doorgebracht te hebben vertrokken we eind november naar Cambodia. Deze reis
met aansluitend Vietnam hebben we laten regelen door Greenwood Travel, een
reisburo in Bangkok dat wordt gerund door een landgenoot die met zijn reizen
je eigen wensen volgt. Tijdens de reis kregen we er steeds meer vrede mee dat
we de hotels niet zelf hoefden te regelen en dat er regelmatig een busje
klaarstond waar we maar in hoefden te stappen. Op deze manier spaarden we
behoorlijk wat geld uit en kwamen in mooie,
gezellige, luxe of echte communistische hotels uit.
Dat voordeel begon al richting Cambodia. De reis
moest een dag uitgesteld worden (dat was nu dus geen probleem) omdat ik van
de ene op de andere minuut doodziek werd. Als buitenlander ga je dan naar het
ziekenhuis wat net een grote Mc.Donalds lijkt.
Hier word je als een koning binnengehaald, je krijgt meteen een consultje en na de
eerste antibioticapil voel je je bijna weer de oude.
De volgende dag gingen we tot bij de grensovergang
Poi Pet. De dag erna gaan we al vroeg de grens over. Vanuit het hotel gaan er
geen taxi's dus rijden we met 2 tuktuks de laatste 5 km.
Bij de grens aangekomen lijkt het alsof we in de
middeleeuwen terecht zijn gekomen.
Zover je kunt kijken aan weerszijden een rij mensen
in lompen gehuld met een of andere vracht bij zich, alles even stoffig en
vuil. Geduldig wachten ze, ook al is er geen enkele beweging te zien. Hier
tussendoor overal kleine bedelaars. Later komen we er achter dat dit de
vergeten vluchtelingen van Cambodia zijn.
We kenden alleen de grote lijnen van de Khmer Rouge
tijd in Cambodia en willen er natuurlijk meer over weten. Uit de reisgids is
veel te halen en in Phnom Penh zijn overal boeken te koop. De rest horen we van de Cambodianen zelf,
niet veel want daar zijn ze te bang voor.
Zo komen we er dus later achter dat in PoiPet
13jarige meisjes ( of desgewenst nog jonger) gekocht kunnen worden voor 50
tot 100 dollar. Ze komen uit de vluchtelingen kampen die nog steeds even groot zijn als 20 jaar
geleden, maar alleen niet meer de status van vluchtelingenkamp hebben. De
Thai hebben een hekel aan deze mensen.
Achter de Thaise grensovergang staan enorme en
protserige gokhuizen…..Gokken is in Thailand namelijk niet toegestaan.
Als we eindelijk de Cambodiaanse grens over zijn
rijden we met een busje, wat klaarstaat in de chaos, naar Siem Reap, hier
ligt de beroemde Ankor Wat.
Niemand heeft er enig belang bij dat hier een weg
ligt dus omzeilen we 6 uur lang met 15 km p.u. alle modderkuilen. Het went.
We weten nog niet dat links en rechts van ons een en al mijnenvelden zijn.
In Siem Reap hebben we het Freedom hotel wat gerund
wordt door een grote hartelijke familie. Ze vragen ons om in Phnom Penh naar
de S21 te gaan, dit is de beruchtste gevangenis ten tijde van de Khmer Rouge.
Later begrijpen we dit verzoek. Cambodia is een vergeten land, meer dan 2 van
de 6 miljoen mensen zijn vermoord, de gruweldaden zijn nauwelijks boven water
gekomen en al helemaal niet bestraft.
De mensen die het overleefd hebben moeten het gevoel
hebben dat dit alles helemaal niet gebeurd is, er wordt niet meer over
gepraat. Voor het buitenland bestaan ze nauwelijks en in
feite regeert de Khmer Rouge nog steeds.
Steeds meer komen we te weten over de geschiedenis.
In begin
jaren 70 hebben de Amerikanen{!} grote delen van het land wat grenst aan
Vietnam helemaal platgebombardeerd, meer nog dan Japan kreeg gedurende de
hele 2e wereldoorlog. Dit om Noord-Vietnam dwars te zitten; de Vietcong had aanvoerroutes via Laos en Cambodia.
De ellende die hieruit ontstond gaf Pol Pot en
kornuiten, waaronder de huidige premier Hun Sen, de kans om groot te worden.
De plattelanders vluchtten naar Phnom Penh, de stad die nog in 1965 bezoek
ontving uit Singapore om te leren hoe je een vredig en welvarend land kon
opbouwen.
Prince Sihanouk die geen ruzie wilde met zijn buur
Vietnam werd gewipt en met hulp van de Amerikanen werd hun zetbaas Lon Nol de
baas.
Om het kort te houden, in april 75 werd Phnom Penh
ingenomen door de Khmer Rouge en iedereen hoopte op vrede. Maar Pol Pot
bepaalde dat iedereen willoos aan de staat -Anka- toebehoorde en dat de
toekomst op het platteland lag.
In 24 uur moesten miljoenen mensen Phnom Penh
verlaten, het werd een spookstad. Alle mensen met een opleiding werden
meteen vermoord.(Pol Pot en de
hoogste kaderleden hadden allemaal in Parijs gestudeerd !!).
Alle families werden uit elkaar gehaald, elke
mogelijke relatie met wie dan ook was verboden.
Iedereen moest 15 uur per dag op het land werken met
150 gr. rijst als voedsel .
's Avonds verplichte Ankabijeenkomsten voor de
hersenspoeling. Hier werd je in de gaten gehouden door kinderen of je wel
toegewijd genoeg was, een verkeerde knipper met je oog en je werd door hen
aangewezen als verrader. De verraders kregen geen kogel, dit om munitie te
sparen. De gruwelijke methodes zijn niet te beschrijven.
Uiteindelijk maakten de Vietnamezen in 1979 een
einde aan het KR bewind en maakten KR overloper Hun Sen Minister President.
Deze zit er nog steeds en is niet van plan zijn macht op te geven.
De eerst verkiezingen in 1993 heeft hij verloren,
maar hij vertrok niet en onze jongens van de UNFOR die er op moesten toezien
dat de echte winnaar naar voren kwam hadden geen zin uit de bordelen te voorschijn
te komen om hier tegen op te treden. Ze maakten daar hun salaris van 145
dollar per dag op.
Sinds die tijd is bij alle ellende ook nog de
ellende Aids gekomen.
Het voert te ver om alles uit te leggen maar Hun Sen
vermoordt nog steeds zijn tegenstanders.
Iedereen is bang, wie kan nog wie vertrouwen?
Wie er meer over wil weten is het boek de Killing
Fields een aanrader en het boek Sideshow van W. Shawcross. Ook op internet
via Google.com is veel te vinden.
In Phnom Penh logeren we in het Bayon hotel
tegenover de Franse ambassade {uit de film de Killing Fields}. De stad heeft
nog steeds Franse allure, maar de armoede is groot.
We gaan naar de S21 en de Killing Fields. Hoelang
zal die gevangenis, een levend bewijs van al die vermoorde mensen, nog mogen
blijven staan. "Per ongeluk " kan het opeens verdwenen zijn . Hun
Sen, de Minister-President zal zijn bloedhandenbewijs midden in de stad opeen
dag als dure bouwgrond kwijt willen.
Een ding is zeker, hoe meer je over het verleden en
heden leest : hier is de werkelijkheid gruwelijker dan je zou kunnen
verzinnen.
Hoe is het mogelijk dat een land, zo vruchtbaar, zo
vriendelijk en met zo'n rijk cultureel verleden in een paar jaar tijd kon
afzakken naar een van de kommervolste ontwikkelingslanden.
Cambodia heeft wel ons hart gestolen.
In Phnom Penh dat sinds een jaar of tien weer
bevolkt is probeert men het leven van alledag weer op te bouwen. Iedereen
probeert op zijn eigen manier geld te verdienen. Als je even stilstaat zijn
er meteen drie Riksja's en vijf brommers die aanbieden om je vervoer te
regelen.
De volgende dag gingen we met een Fokker vanuit
Cambodia naar Saigon dat nu vernoemd is naar Ho Chi Minh.
VOOR MEER NIEUWE TOUR INFORMATIE KLIK :
http://www.greenwoodtravel.nl/combi_tour.php?tid=combi-001
|